Kwaliteitscyclus

Kwaliteitscyclus schoolexaminering

PTA

Het Programma van Toetsing en Afsluiting laat zien met welke (combinatie van) toetsen je meet of de leerlingen de eindtermen uit het examenprogramma beheersen. In het PTA neem je tenminste op: de te beoordelen eindtermen uit het examenprogramma, het type toets, de inhoud van het schoolexamen, de tijdvakken, de herkansingsmogelijkheden en de wijze waarop het schoolexamen cijfer tot stand komt.

toetsmatrijs

De toetsmatrijs is een blauwdruk van een toets. Het is een matrix waarin je aangeeft hoe de vragen en opdrachten in een toets zijn gekoppeld aan de te beoordelen eindtermen van het examenprogramma.

constructie

Aan de hand van de toetsmatrijs stel je de toets samen. De toets bestaat altijd uit ten minste 3 onderdelen: een instructie voor de leerlingen, de vragen en/of opdrachten en een beoordelingsmodel.

vaststellen

Na de toetsconstructie, stel je de toets vast. Aan de hand van een checklist controleert iemand anders dan de constructeur de kwaliteit van de toets. De constructeur stelt de toets waar nodig bij.

afnemen

Bij de afname van toetsen is het belangrijk om na te denken over de afnamecondities en deze vast te leggen in een afnameprotocol. Daarnaast moet je ter voorbereiding op de afname goed nadenken over de rolscheiding tussen de docent en de beoordelaar/examinator.

beoordelen

Na de toetsafname, beoordeel je de gemaakte toets aan de hand van een beoordelingsmodel. Hierbij is de rolscheiding tussen de docent en de beoordelaar/examinator van belang. De beoordelaar moet in staat zijn om de leerling objectief en integer te beoordelen.

analyseren & beslissen

Als alle toetsresultaten bekend zijn, kan je de toets analyseren. Je neemt beslissingen over de cesuur en evt. over de aanpassing van de toets en/of het voorbereidende onderwijsprogramma.

communiceren & feedback

Aan de hand van de toetsresultaten ga je in gesprek met de leerling. Daarbij staan 3 vragen centraal: feedup (‘waar moet ik naar toe?’), feedback (‘waar sta ik nu?’) en feedforward (‘hoe kom ik tot het uiteindelijke doel?’).

evaluatie & actie

Je evalueert alle stappen uit de kwaliteitscyclus, kijkt naar alle toetstechnische aspecten, maar ook kritisch naar je eigen handelen. Je komt waar nodig samen met je collega’s tot verbeteracties.