Actualiteiten voor docenten en leidinggevenden in het vmbo.
‘Overheid snapt weinig van praktijkonderwijs en vmbo’ is de titel van een opiniestuk dat afgelopen maandag in dagblad Trouw is verschenen. Dit stuk is van de hand van Arjen Daelmans, voorzitter SPV en Nicole Teeuwen, voorzitter sectoraal pro.

Alle lofuitingen ten spijt blijft het praktijkleren en het beroepsgericht leren in het verdomhoekje van ons onderwijsbestel zitten. Oorzaak: een diep onbegrip over wat het praktijkonderwijs en het beroepsgericht vmbo precies voorstelt, betogen Arjen Daelmans en Nicole Teeuwen.
Maar hoog beginnen, dan kun je altijd nog afzakken. Zo zullen tienduizenden kinderen en hun ouders geredeneerd hebben toen ze hun voorkeuren aanleverden voor de centrale aanmeldweek van het voortgezet onderwijs.
Gek toch, dat niemand luistert naar de warme pleidooien uit de samenleving om voor het beroepsonderwijs te kiezen. De arbeidsmarkt zit te springen om technisch geschoold personeel. Vaklui verdienen bovendien vaak uitstekend.
Hartverwarmend en volkomen terecht. Maar het heeft ook iets amechtigs. Kopstukken uit politiek, bestuur en bedrijfsleven staan voortdurend te cheerleaden voor het praktijkleren en het beroepsgericht leren. ‘Het is helemaal niet erg dat je de havo niet haalt, hoor! Met het vmbo kan uw kind heus ook een hele mooie baan krijgen’. Zou dat werkelijk mensen overtuigen dat hoger niet altijd beter is? Is dat genoeg om de ontnuchterende cijfers de Staat van het Onderwijs (uurloon starter mbo: € 16,45, universiteit: € 23,32) te doen verbleken? En belangrijker nog: welke boodschap geeft de overheid zelf eigenlijk af?
Het begint allemaal met een diep geworteld onbegrip van wat het praktijkonderwijs en het beroepsgericht vmbo precies voorstellen. Bij de overheid, maar ook veel breder in de samenleving. Niet zo gek, want op deze manier ingerichte onderwijstypen zijn uniek in de wereld. Hier leer je in en van een beroepscontext. Zo kun je rekenvaardigheid opdoen door in een bakkerij met meel, water, maatbekers, weegschalen en temperatuur in de weer te zijn. Uitermate geschikt voor kinderen die het lastig vinden uit een boekje te leren.
Rekenvaardigheid die je vervolgens prima kunt toepassen als je verder wilt in de techniek of in de zorg. Hardnekkig misverstand: dat je op onze scholen al op 11-jarige leeftijd voorsorteert op een carrière als hovenier of logistiek medewerker. Niets van waar. Leren rekenen in een bakkerij op het beroepsgericht vmbo kan een uitstekende route zijn naar een mbo-opleiding in de verpleging.
Een ander probleem is de onderschatte leerling die kansrijk geadviseerd moet worden. De overheid, in de ban van dit stereotiep, wil dat deze zo lang mogelijk in staat gesteld wordt zich ‘op te werken’ naar de theoretische leerweg van het vmbo of hoger. Breed opleiden is het devies, evenals focus op basisvaardigheden. Lees: meer lesuren in taal en rekenen, uit een boekje welteverstaan. Dat dit docenten en leerlingen in het praktijkonderwijs en het beroepsgericht vmbo niet werkt , doet er niet toe.
Het signaal dat de overheid afgeeft is dat ‘hoger’ toch echt ‘beter’ is. In veel recente beleidsmaatregelen klinkt die gespleten tong door. De doorstroomtoets is zuiver gericht op theoretisch leren. Leerlingen krijgen tegenwoordig standaard een gemengd advies. Alle vragen fout, dan luidt het advies: praktijkonderwijs/vmbo-b. Begin maar op basis, denken ouders dan vaak. Gevolg is een schrikbarende oploop van tussentijdse zij-instroom met gedemoraliseerde leerlingen. Uit een recent onderzoek onder 130 schoolleiders blijkt dat vmbo-scholen jaarlijks bijna een volle klas aan zij-instromers opvangen, met alle gevolgen vandien voor de dynamiek in de klas.
De lijst is langer. Afstroom binnen het vmbo? Voor je het weet, heb je als school het predicaat ‘zwak’ van de Inspectie te pakken. Kinderen uit de internationale schakelklas die theoretisch sterk zijn maar een taalachterstand hebben? Zet ze maar op het praktijkonderwijs of het beroepsgericht vmbo. Zij-instroomtrajecten voor docenten? Niet voor vaklui met een mbo-diploma – die moeten maar eerst een vierjarige hbo-opleiding doen.
Maar kies vooral praktijkonderwijs of beroepsgericht vmbo, want daarmee kun je ver komen!
De overheid stapelt beleid dat consequent negatief uitpakt voor het praktijkonderwijs en het beroepsgericht vmbo. In weerwil daarvan roepen ze ouders en kinderen op er toch voor te kiezen. Beter zou het zijn als de overheid zelf iets deed aan de herwaardering van deze praktische routes. Bijvoorbeeld door passend te gaan adviseren in plaats van zo hoog mogelijk. Door een praktijk doorstroomtoets op de basisschool in te voeren, als volwaardige evenknie van de theoretische. Door de Inspectie niet langer te laten afstraffen dat scholen kinderen hun plek laten vinden binnen het beroepsgericht onderwijs. En, trouwens, door de markt een handje te helpen de loonkloof tussen theoretisch en praktisch een beetje te dichten.
Dan krijgen we in de toekomst ook blije reacties in de aanmeldweek met een plaatsing op een praktijkschool of een beroepsgericht vmbo.
Nicole Teeuwen (voorzitter Sectorraad Praktijkonderwijs)
Arjen Daelmans (voorzitter Stichting Platforms Vmbo)