Actualiteiten voor docenten en leidinggevenden in het vmbo.
De commissie onderwijs van de Tweede Kamer sprak 22 april over het vmbo en praktijkonderwijs. Van de kant van de Kamer was er veel belangstelling voor dit debat, 12 partijen leverden een inbreng en allemaal hadden ze veel waardering voor vmbo en praktijkonderwijs en erkenden ze dat deze vormen van onderwijs vaak ‘over het hoofd gezien worden’ als er wet- en regelgeving gemaakt wordt. Maar tot een voorstel om elk beleidsvoorstel te onderwerpen aan een impactanalyse, zoals door de sectorraad pro en SPV is opgeroepen, kwam het nog niet.
Wel was te merken dat de Kamerleden kennis hadden genomen van het manifest dat SPV en de sectorraad Praktijkonderwijs de dag voor het Kamerdebat hadden aangeboden en dat ook de resultaten van het flitsonderzoek naar zij-instroom in het vmbo gelezen waren.
Gepleit werd voor passende schooladviezen en aandacht voor praktische vaardigheden in de doorstroomtoets. De staatssecretaris, mevrouw Tielen, zegde een brief toe over de voortgang van de doorontwikkeling van het vmbo en onderzoek naar de praktijkgerichte programma’s. Deze brief wordt nog voor de zomer naar de Tweede Kamer gestuurd.
Net als in voorgaande debatten was er ook nu aandacht voor de basisvaardigheden en de vraag hoe vmbo- en pro-leerlingen deze het best kunnen leren beheersen. Daarnaast werd, van de kant van de Kamer, gewezen op een discrepantie tussen Pisa-resultaten en het feit dat leerlingen wel in grote aantallen slagen voor hun examen. Onderzoek van het Nationaal Kenniscentrum Onderwijsonderzoek moet hier rond de zomer meer duidelijkheid over geven.
Het debat werd afgesloten door voorzitter Caroline van de Plas (BBB) met een hart onder de riem voor alle vmbo- en pro-leerlingen, ze zei: ‘weet dat wat jullie doen Nederland draaiende houdt. Als je doet waar je goed in bent, dan heb je nooit een achterstand, maar altijd een voorsprong. Er zijn veel mensen in Nederland die heel blij zijn dat jullie er zijn’.
